Promotie Els Bakker
Vrijdag 20 maart om 13.45 uur verdedigt Els Bakker haar proefschrift getiteld ‘How COVID-19 influenced disease trajectory in memory clinic patients; lessons learned from the COVID-19 pandemic’ aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
In haar promotieonderzoek laat Els zien wat de gevolgen zijn van de COVID-19 pandemie en bijbehorende maatregelen voor geheugenpoli patiënten. Ze onderzocht de effecten van de pandemie op psychosociale symptomen en leefstijl, het ziekteverloop en het zorggebruik. Daarmee draagt haar werk bij aan het beter ondersteunen en beschermen van geheugenpoli patiënten tijdens toekomstige crises en lockdowns.
De promotieplechtigheid vindt plaats in de Aula van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit van Amsterdam. De verdediging van het proefschrift is ook online te volgen via het YouTube kanaal van bureau pedel – Vrije Universiteit.
Vijf vragen aan Els
Wie ben je?
“Mijn naam is Els Bakker. Ik ben 32 jaar oud en heb een achtergrond als neuropsycholoog. Tijdens mijn promotietraject was ik aangesteld als onderzoeker op de COVID-19 projecten van Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC. Momenteel ben ik werkzaam als onderzoeker en subsidieadviseur bij het Research Center Noordwest van Noordwest Ziekenhuisgroep.”
Waarom ben je onderzoek gaan doen?
“Mijn interesse in de hersenen ontstond tijdens mijn studie Gezondheidswetenschappen. Het raakte me hoe ingrijpend het disfunctioneren van de hersenen het leven van iemand kan veranderen, vooral bij dementie. Die fascinatie bracht mij ertoe om me verder te verdiepen in de neuropsychologie.
Toen de eerste COVID-19 lockdown werd afgekondigd, bevonden juist kwetsbare groepen zich in een risicovolle positie, waaronder mensen met dementie. Ik vroeg me af hoe zij reageerden op de pandemie en de ingrijpende maatregelen die daarmee gepaard gingen. Welke invloed had deze periode op hun welzijn en op het verloop van hun ziekte? Het promotietraject bij het Alzheimercentrum Amsterdam sloot daar naadloos op aan. De combinatie van wetenschappelijk onderzoek en directe patiëntenzorg maakte het voor mij de ideale plek om deze vragen verder te onderzoeken.”
Wat heb je onderzocht?
“In mijn promotieonderzoek richtte ik mij op het verkrijgen van meer inzicht in de gevolgen van de COVID-19 pandemie en de bijbehorende beperkende maatregelen voor het ziektetraject van geheugenpoli patiënten. Daarbij lag de focus zowel op mensen met dementie, als op de fasen die daaraan voorafgaan: mensen met milde cognitieve stoornissen en subjectieve cognitieve klachten. Hoe hebben patiënten en hun naasten de lockdowns ervaren? Was er sprake van een versnelde achteruitgang tijdens de pandemie? En wat betekende deze periode voor hun zorggebruik?
Ik onderzocht de psychosociale impact van de pandemie bij geheugenpoli patiënten en hun naasten. Daarnaast bestudeerden we veranderingen in leefstijl onder gezonde ouderen in dezelfde periode. Ook vergeleek ik geheugenpoli-patiënten tijdens de pandemie met goed gebalanceerde historische controlegroepen. Deze groepen waren vergelijkbaar op onder andere leeftijd, geslacht en diagnose; het enige verschil was of zij de pandemie wel of niet hadden meegemaakt. Dit stelde ons in staat om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de effecten van de pandemie op ziekteverloop en zorggebruik. Tot slot heb ik de gevolgen van de COVID-19 pandemie onderzocht bij geriatrie patiënten in de tweedelijnszorg.”
Wat heb je gevonden?
“Op basis van de resultaten uit dit proefschrift blijkt dat zowel geheugenpoli-patiënten met milde cognitieve stoornissen en dementie, als cognitief normale patiënten zich tijdens de eerste lockdown zorgen maakten over versnelde cognitieve achteruitgang en mentale klachten. Tijdens de tweede lockdown pasten geheugenpoli-patiënten en hun naasten zich beter aan: psychosociale en gedragsproblemen namen af en ervaren sociale steun nam toe. Steun van familie en vrienden bleek een belangrijke beschermende factor. De pandemie beïnvloedde de leefstijl van cognitief gezonde ouderen zowel positief (meer beweging, gezonder dieet, minder alcohol) als negatief (eenzaamheid, slaapproblemen).
Verder vertoonden geheugenpoli-patiënten in pre-dementie stadia (milde cognitieve stoornissen en subjectieve cognitieve klachten) tijdens de pandemie een snellere geheugenachteruitgang dan historische controles, wat suggereert dat lockdownmaatregelen mogelijk een schadelijk effect hadden op de hersenen. Patiënten met dementie hadden tijdens de pandemie een verhoogd sterfterisico dan historische controles, grotendeels verklaard door een COVID-19 infectie zelf, en een kortere tijd tot verpleeghuisopname, terwijl totale zorgkosten vergelijkbaar bleven. Tot slot bezochten minder geriatrie-patiënten de tweedelijnszorg tijdens de pandemie, met een test-specifieke impact op cognitie en geen effect op voeding.”
Wat levert dit op voor de patiënt?
“De inzichten uit dit proefschrift maken duidelijk waar extra ondersteuning en bescherming nodig zijn tijdens toekomstige crises. Ze bieden handvatten om zorgcontinuïteit beter te waarborgen, sociale steunnetwerken te versterken en risicofactoren tijdig te signaleren. Dit kan bijdragen aan het beperken van cognitieve achteruitgang en psychosociale klachten, het uitstellen van verpleeghuisopname en het verminderen van gezondheidsrisico’s. Daarnaast helpen de bevindingen overheden, beleidsmakers en zorgprofessionals om gerichter maatregelen te nemen die de impact van lockdowns op geheugenpoli-patiënten zoveel mogelijk beperken, zodat hun kwaliteit van leven en veiligheid beter worden beschermd.”

